Page 83 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 83

Figuur 24 'Woonbuurten voor migranten'
                                                                                         (Geogenie 1 & 2, 1999, p. 84)


                                       Figuur 23'Gastarbeidersbuurt in Brussel'
                                                              (Wereldvisie   2, 1998, p. 52)
                        Die noodzaak is er echter zeker en vast. Onderzoek toonde immers aan dat etnocentrisme
                        en discriminatie geen exclusief stedelijke fenomenen zijn. Integendeel, het lijkt zelfs een
                        groter probleem in de suburbane verkavelingen en op het platteland dan in de stad zelf.
                        Allochtonen die in de stad wonen zullen ook buiten die stad komen om er te werken of te
                        recreëren. Door het spreidingsbeleid van asielzoekers en de beginnende suburbanisatie
                        van allochtonen wonen er ook steeds meer 'anderen' buiten de steden. Een studie toonde
                        aan dat Marokkaanse vrouwen die in suburbanisatiegemeenten wonen het lastig hebben
                        om sociale contacten te leggen. Ze krijgen moeilijk toegang tot het gemeenschapsleven
                        en worden niet op buurtfeesten gevraagd. "De mensen hebben echt angst, dat ge niet
                        deugt  zeker,  ik  weet  het  niet,  maar  ze  zoeken  ook  geen  contact  met  u",  aldus  een
                        Marokkaanse vrouw in een interview met Peleman (2001, p. 61). Deze xenofobie uit zich
                        ook  in  de  angst  van  vele niet-stedelingen voor  de stad.  Interviews met  leerlingen  uit
                        Haacht maakten duidelijk dat sommigen van hen steden als Mechelen vermijden omdat
                        ze zich onveilig voelen door de aanwezigheid van groepjes Marokkanen in het straatbeeld.
                        Een leerling verwoordde het als volgt: "Ge gaat u toch altijd iets onveilig voelen. Allez, als
                        het nu donker is buiten en er staat zo een groepje Marokkanen of weet ik veel wat, en ge
                        loopt daar voorbij. Dan gaat ge u toch altijd onveilig voelen".

               3.5.4.3  Van Joegoslavië tot Borgerhout: botsende culturen
                        De plaatsen waar allochtonen en autochtonen samenwonen, staan in de handboeken
                        bekend omwille van hun conflicten. Deze worden voornamelijk toegeschreven aan het
                        samenleven van mensen met een verschillende cultuur. GEO 2 (1998, p. 44) vergelijkt de
                        situatie  bij  ons  met  landen  zoals  Joegoslavië,  waar  "volkeren  met  verschillende  taal,
                        cultuur en godsdienst in eenzelfde land leven". "Als in eenzelfde land groepen wonen met
                        verschillende taal of cultuur", zo stelt het handboek vast, "dan kan dat aanleiding geven
                        tot conflicten".

                        Ook in Brussel wonen mensen met verschillende culturen. Ook daar kunnen dus volgens
                        het handboek conflicten verwacht worden. GEO 2 vindt het wel belangrijk om een on-
                        derscheid  te  maken  tussen  twee  groepen:  "Enerzijds  de  inwijkelingen  uit  onze
                        buurlanden; door hun taal, welvaart, levenswijze verschillen ze weinig van de meeste
                        autochtonen en ze vallen weinig op. Anderzijds Marokkanen en Turken, waarbij sommige
                        Oost- en Zuid-Europese migranten aansluiten. Door hun andere levenswijze, taal en cul-
                        tuur komen ze soms in conflictsituaties tegenover de Belgen" (GEO 2, 1998, p. 44). De
                        boodschap is duidelijk: Turken en Marokkanen zijn anders, zij hebben een andere cultuur.
                        Met hen samenleven levert dus conflicten op. Andere handboeken bevestigen die these.
                        "In welke omstandigheden bestaan er kansen op conflicten tussen jongeren en andere

                        2 AAVD                                 83                   © 2020 Arteveldehogeschool
   78   79   80   81   82   83   84   85   86   87   88