Page 86 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 86
mensen geen kennis hebben van de nefaste gevolgen van vooroordelen, stigmatisatie en
discriminatie. Integratie moet van twee kanten komen.
3.5.5 Besluit
Vroeger was de aandacht voor raciale verschillen in de handboeken aardrijkskunde enorm
groot. Wanneer we die fragmenten vandaag overlopen, steigeren we. Een leraar die
vandaag nog verkondigt dat Vlamingen en Walen verschillen door hun schedelvorm, hun
huidskleur en hun mentaliteit of dat 'negers' minder hard werken, en dat ze niets kunnen
uitvinden, wordt ongetwijfeld aangeklaagd door het Centrum voor Gelijke Kansen en
Racismebestrijding. Terecht overigens. In de tekst maakten we duidelijk dat dergelijke
uitspattingen steunen op huidskleurdeterminaties en schedelmetingen.
Aanknopingspunten met de wetenschap zoals die vandaag wordt bedreven zijn ver te
zoeken. Daarom pleiten wij ervoor om elke verwijzing naar rassen in de handboeken te
verwijderen en te vervangen door een weerlegging van het rasbegrip op basis van
argumenten uit de erfelijkheidsleer en de biochemie, zoals die in andere vakken worden
onderwezen, en een sterkere focus op de sociale betekenis van ras in de zin van
rassendiscriminatie.
Vanaf de jaren '60 nam de aandacht voor de rassenleer sterk af, weliswaar zonder ooit
volledig uit de handboeken te verdwijnen. Tegelijkertijd groeide de belangstelling voor
culturele verschillen. Cru gezegd komt het erop neer dat een focus op taal en klederdracht
het gebruik van huidskleur en schedelvorm steeds meer verdrong. In eerste instantie lijkt
deze verschuiving van ras naar cultuur toe te juichen, ware het niet dat de handboeken
voor een groot stuk in dezelfde val trapten. Want net zoals de raciale classificaties foutief
deden uitschijnen dat er een bepaald aantal voorgegeven zuivere en onveranderlijke ras-
sen zouden zijn, suggereren de indelingen van de wereld in wereldzones of
cultuurgebieden dat er een beperkt aantal onafhankelijke en losstaande culturen bestaan.
En net zoals er in de rassenleer geen ruimte was voor vermengingen tussen verschillende
rassen, is er in de indeling in culturen geen plaats voor kruisbestuiving tussen
verschillende culturen. Voor de leerling zijn beide classificaties met andere woorden even
essentialistisch.
Het gevolg hiervan lijkt ons nefast. Leerlingen krijgen nog altijd een polariserend
wereldbeeld opgedrongen zonder daar ooit kritisch over na te moeten denken. Nergens
worden ze aangemoedigd om tot het inzicht te komen dat schijnbaar neutrale termen
zoals 'blank', 'Europees' of 'islamitisch' niet overal dezelfde betekenis hebben en een
geschiedenis met zich meedragen van insluiting en uitsluiting. Nooit worden ze
aangespoord om in te zien dat de schijnbaar neutrale kennis die ze voorgeschoteld krijgen
een standpunt inhoudt. De kritiek van Kesteloot en Saey (1981) dat de geografie geen
wereldburgers vormt, maar een wereldbeeld oplegt, gaat dan ook nog steeds op. Om dit
wereldbeeld aan te scherpen lijken een aantal aandachtspunten ons relevant:
1. Het ophouden met het reproduceren van de raciale indelingen uit de negentiende
eeuw. De gehanteerde classificaties stammen namelijk uit een tijdperk waarin
wetenschappers beperkt waren tot een determinatie van de huidskleur en een
opmeting van de schedelomtrek. Ondertussen is het echter duidelijk geworden
dat deze antropometrische indelingen wetenschappelijk gezien weinig betekenis
hebben. Handboeken moeten dan ook duidelijk maken dat het onmogelijk is om
de mensheid op te delen in een discreet aantal zuivere en onveranderlijke rassen,
mengrassen en subrassen in plaats van het nog steeds te hebben over blanken,
zwarten, gelen, zambo's en mulatten. Enkel in de context van xenofobie en
racisme kan het over dergelijke groepen gaan. Dat er geen natuurlijke grond is om
2 AAVD 86 © 2020 Arteveldehogeschool

