Page 88 - Aardrijkskundevakdidactiek_2021
P. 88

3.5.6    Hoe komen we tot een realistische en positieve beeldvorming?

                        Dit groeien naar een realistische beeldvorming gebeurt op de eerste plaats door het geven
                        van genuanceerde informatie.

                        Wanneer  je als leerkracht bijvoorbeeld spreekt over kleding of woningen van andere
                        volkeren,  spreek  je  beter over  de kleding  die  nu  dagdagelijks  door  de  mensen  wordt
                        gedragen  en  over  de  woningen  zoals  die  er  nu  uitzien,  eerder  dan  over  hoe  deze  er
                        vroeger  uitzagen.  Louter  en  alleen  de  meest  armzalige  toestanden  beschrijven  is
                        onvolledige informatie geven. Bovendien hebben kleding en woning in veel andere landen
                        een totaal andere functie dan bij ons. Vergelijken van onze situatie met de situatie in die
                        andere landen is niet zinvol zonder verwijzing naar die andere functie.

                        Uiteraard is vooral de houding ten aanzien van andere volkeren belangrijk ( een blijvend
                        superioriteitsgevoel houdt immers een fundamentele verandering tegen) maar omdat het
                        woordgebruik  vaak  een  houding  weerspiegelt  is  letten  op  het  taalgebruik  evenzeer
                        belangrijk.


                           ▪  . Het gebruik van verkleinwoorden houdt soms onderwaardering in.

                                                          Vb. ‘arme  zwartjes’

                           ▪  . Beladen termen worden beter vermeden en vervangen door de juiste.

                                          Vb. gebruik liever dorpschef in de plaats van opperhoofd.

                           ▪  . Praten in termen van achterstand komt soms denigrerend over

                                 Vb. Ze koken nog op houtvuurtjes, beter is: er wordt gekookt op houtvuurtjes.
                                       Zie ook primitief tegenover ambachtelijk of traditioneel
                        Doorheen alle inhouden zou deze rode draad moeten lopen: in de kennismaking met het
                        dagelijks  leven  van  de  mensen  merken  we  dat  daar  ook  geleefd,  gefeest,  gegeten,...
                        wordt. Het accent wordt niet gelegd op alles wat er niet is, op alles wat fout is.

                        Het is immers ook de bedoeling dat kinderen/jongeren zich eens kunnen inleven in die
                        wereld want dan pas wordt dit heel erg duidelijk.

                        Voor de leerkracht die informatie doorgeeft aan een groep zijn volgende criteria
                        waardevol:

                           ▪  .Zorg er op de eerste plaats voor dat de informatie juist en precies is (ze mag
                                dus bijgevolg   niet gebaseerd zijn op mythen)
                           ▪  De gevonden informatie dient actueel te zijn. Dus informatie zoals Indianen met
                               veren, een  inwoner uit Kongo met een strooien rokje is verouderd.
                           ▪  De gegeven informatie moet zo volledig mogelijk zijn (naast arme mensen, heb je
                               ook een middenklasse en rijke mensen)
                           ▪  Probeer  aandacht  te  hebben  voor  het  gewone.  Vb.  polygamie  is  eerder
                               uitzondering dan regel,  dus kan je daar beter de nadruk niet op leggen.
                           ▪  Besteedt aandacht aan de maatschappelijke context. Een cultuurelement staat
                               niet op zich, maar staat in verband met een ruimere sociale context.
                           ▪  Onverantwoord veralgemenen is niet zinvol. Elke cultuur heeft haar specificiteit.
                           ▪  Probeer de leerlingen tot een kritische houding te brengen, zelf een oordeel te
                               leren vellen, zonder te moraliseren.
                           ▪  Praat niet enkel over de problemen.
                        2 AAVD                                 88                   © 2020 Arteveldehogeschool
   83   84   85   86   87   88   89   90   91   92   93